Late Jonaspijpen (1650-1710)


Na 1650 begint de Jonaspijp sterk aan detail te verliezen. De pijpenkoppen in deze periode worden langgerekt dubbelconisch en verliezen de kracht van hun vorm. Dit zet door tot de opkomst van de trechtervormige pijpenkoppen. Het gezicht van Jonas verlengt mee met de pijpenkop. Gezichtskenmerken worden allemaal wat langer en slanker. De puntsik, die oorspronkelijk op de steelaanzet ligt, groeit mee de pijpenkop op. De aandacht voor detail verdwijnt en het thema blijft alleen nog door het voorkomen van identieke details herkenbaar. De nieuwe gezichtspijpen die omstreeks 1700 ontstaan, hebben allemaal een beter gemodelleerde vorm en de aandacht voor details is terug. Na een hele tijd in het goedkoopste segment te zijn aangeboden, verdwijnt de Jonaspijp dan weer tussen 1700 en 1710.


Laat dubbelconische Jonas pijpenkop uit de periode 1650-1660, gevonden en gemaakt in Alkmaar.


Trechtervormige Jonas pijpenkop uit de periode 1675-1695, uit Gouda.


Trechtervormige Jonas pijpenkop uit de periode 1690-1700, uit Gouda.


Trechtervormige Jonaspijpen uit de periode 1685-1700. Ze zijn afkomstig uit een stort van de Goudse pijpenmaker Reinier Janszoon Blom (Lit. 2). De initialen op de steel, vlak voor de walvisbek, zijn van zijn voornamen, R.I.