Pijprokers en tabak


Één van de thema's die door verschillende pijpenmakers op trechterpijpen is gebruikt, is die van de rokende moor, in combinatie met een ton waarop initialen staan afgebeeld. Ook zijn er verschillende pijpen met daarop zittende rokers. De mens die het er even van neemt, een prima reclame voor het roken.


Vroeg trechtervormige pijpenkop uit de periode 1685-1700. Op beide zijden staat een eenvoudig gegraveerde, rokende man. Door slijtage aan de mal is de voorstelling nog minder duidelijk geworden. De steel van deze pijp werd gedecoreerd met een bloemenmotief. Meestal was dit een zone van ongeveer acht centimeter, waarna de steel onbehandeld doorliep. Deze steeldecoratie kwam regelmatig voor op pijpen met een bewerkte - en soms ook onbewerkte kop. De gedetailleerdheid van de bloempatronen verschilt, maar een terugkerend detail zijn de vaak hartvormige lijnen die door de decoratie lopen.

Tussen de voeten van beide rokers staat een initiaal. Op deze pijp staan de initialen BG.


Vroeg trechtervormige pijpenkop uit de periode 1685-1700. Op beide zijden staat een eenvoudig gegraveerde, rokende man. De mannen verschillen weinig van elkaar in detail. De steel van deze pijp werd gedecoreerd met een bloemenmotief. Meestal was dit een zone van ongeveer acht centimeter, waarna de steel onbehandeld doorliep. Deze steeldecoratie kwam regelmatig voor op pijpen met een bewerkte - en soms ook onbewerkte kop. De gedetailleerdheid van de bloempatronen verschilt, maar een terugkerend detail zijn de vaak hartvormige lijnen die door de decoratie lopen.

Tussen de voeten van beide rokers staat een initiaal. Op deze pijp staan de initialen AR.


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1690-1700. Op de linkerzijde staat een vrouw afgebeeld, die ons aankijkt en een lange pijp rookt. Dat het een moor moet voorstellen is te zien aan de jurk en haar borsten. De vrouw houdt met haar rechterhand een lange kleipijp vast, de andere arm rust in haar zij. Ze zit met haar benen over elkaar op een kleine houten ton. Op haar hoofd heeft ze een hoed met een brede rand, van het type dat op kleipijpen uit dezelfde periode wordt gebruikt om een boerin weer te geven. Op de rechterzijde is een grote vereenvoudigde voetboog (een type kruisboog) afgebeeld. Om de boog staan de initialen CH. Alleen om de boog aan deze zijde loopt een ovaalvormig kader, aangebracht als stippen. De graveringen zijn erg eenvoudig uitgevoerd.


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1690-1700. Op de linkerzijde staat een moor afgebeeld, die ons aankijkt en een lange pijp rookt. Dat het een moor moet voorstellen is te zien aan de lendendoek als enige dracht en zijn krulhaar. Het is een stereotiep beeld uit die tijd. De man houdt met zijn rechterhand een staande baal tabak vast en staat met zijn linkervoet op een liggende. Rechts naast de liggende tabaksbaal staat een hoge plant, die hoogstwaarschijnlijk een tabaksplant moet voorstellen. Op de rechterzijde is een grote houten ton afgebeeld met aan de onder- en bovenzijde hoepels. De ton is in vals perspectief gegraveerd. Op de ton, in het midden, staan de initialen HII of HLI. Boven de ton staat een bladerkroon. Langs de persnaden van de pijpenkop loopt een dubbele stippenrij (parels). Een enkele stippenrij loopt ook langs de onder- en bovenzijde van de pijpenkop.


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1700-1710. Op de linkerzijde staat een moor afgebeeld, die ons aankijkt en een lange pijp rookt. Dat het een moor moet voorstellen is te zien aan de lendendoek als enige dracht en zijn krulhaar. Het is een stereotiep beeld uit die tijd. De man houdt met zijn rechterhand een staande baal tabak vast en staat met zijn linkervoet op een liggende (of het is, in dit geval, een mandje). Rechts naast de man staat een hoge plant, die hoogstwaarschijnlijk een tabaksplant moet voorstellen. Op de rechterzijde is een grote houten ton afgebeeld met op vier plaatsen hoepels. De ton is gevuld met kleipijpen, wat te zien is aan de uit de bovenkant van de ton stekende stelen, die schuin tegen elkaar aan staan. Op de ton staan geen extra initialen. Langs de persnaden van de pijpenkop loopt een dubbele stippenrij (parels), die aan de onder- en bovenzijde van de voorstellingen naar elkaar toelopen, als een gestipt kader.


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1705-1715. Op de linkerzijde staat een moor afgebeeld, die ons aankijkt en een lange pijp rookt. Dat het een moor moet voorstellen is te zien aan de lendendoek als enige dracht en zijn krulhaar. Het is een stereotiep beeld uit die tijd. De man houdt met zijn rechterhand een staande baal tabak vast en staat met zijn linkervoet op een liggende. Rechts naast de liggende tabaksbaal staat een hoge plant, die hoogstwaarschijnlijk een tabaksplant moet voorstellen. Op de rechterzijde is een grote houten ton afgebeeld met aan de onder- en bovenzijde hoepels. De ton is in vals perspectief gegraveerd. Op de ton, in het midden, staan de initialen WIPH. Om de ton lopen kruisende lauwertakken en boven de ton staat een eenvoudige keizerskroon. Een bijna onopvallend detail is de kleine springende hond, direct onder de ton. Als dit een referentie is aan het Goudse merk zijn de initialen niet van de pijpenmaker. Op de spoor staat aan beide zijden een maansikkel, langs de persnaden van de pijpenkop loopt een dubbele stippenrij (parels).


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1710 en 1725. Op de linkerkant staat een musketier. Hij staat poserend, met zijn linkerbeen naar voren. Over zijn rechterschouder draagt hij zijn musket, in zijn linkerhand houdt hij de standaard vast waarop de musket kan worden gelegd om stabiel te richten. Over zijn soldatenuniform draagt hij een riem met zakjes buskruit. Hij draagt een hoed met een veer. Op de rechterkant staat een moor, gekleed in een lendendoek. De moor staat naar ons toe gericht en kijkt ons aan. In zijn linkerhand houdt hij een baal tabak vast, zijn rechterhand rust op een grote ton, met aan de onder- en bovenzijde hoepels. De ton is maar voor de helft afgebeeld. Rechts naast de moor staat een een kleine plant, mogelijk een tabaksplant.

De voorstellingen zijn redelijk goed gegraveerd, de mal heeft bij deze persing al wat slijtage opgelopen. Langs de persnaden van de pijpenkop loopt een dubbele stippenrij.


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1720-1730. Op de linker- en rechterzijde staat dezelfde voorstelling, in grote lijnen. Door een beschadiging aan de rechterzijde is het grootste gedeelte van deze voorstelling niet meer te zien en ben ik uitgegaan van andere bodemvondsten, met wel twee complete zijden. De linkerzijde toont een rokende aap. Hij zit, net als een mens, op een stoel en is gekleed in een lange jas die met een dubbele knopenrij is dichtgemaakt. Hij houdt een lange Gouwenaar vast, waaruit hij rookt. Alleen aan de kop is te zien dat het hier geen mens betreft. Aan zijn voeten staat een drankkruik met een tinnen klep. De rugleuning van de stoel is bewerkt. De aap die aan de andere zijde zit, drinkt uit een glas of fles, die hij aan zijn mond heeft gezet. Dat is op deze pijpenkop niet zichtbaar. Om deze voorstellingen lopen bladranken die aan de onderzijde op elkaar aansluiten. Er zijn exemplaren van deze pijp bekend met tekst op de steel. Meestal staat er iets met 'Keesiemaet'. Deze Keesmaat, of vriend van Kees, refereert waarschijnlijk aan de aapjes die met zeevaarders meekwamen en (voor geld) trucjes konden doen. Ze konden ook roken en drinken als een mens, tot algehele hilariteit in cafés.


Ovaalvormige pijpenkop uit de periode 1740-1750. Op de linkerkant staat een man die tabak verkoopt. Onder zijn rechterarm en in zijn rechterhand houdt hij een bundel (rol) tabak, in zijn linkerhand houdt hij tabaksbladeren op. De verkoper heeft een lange jas aan en hij draagt een hoed , waaronder haarkrullen vandaan komen. De jas heeft twee rijen met acht knopen en een jaszak met sierrand. Hij staat op een klein stukje ondergrond, als een horizontale lijn. Op de rechterkant zit een man te roken. Hij zit op een eenvoudige houten stoel met zijn benen over elkaar. Met zijn linkerarm lijkt hij te leunen, met zijn rechterhand houdt hij een lange pijp vast. Hij blaast wat rook uit. Ook deze man draagt een lange jas, met een dubbele rij knopen, en een hoed. Onder de stoel staat een lijnvormige ondergrond, waaronder de letters VR zijn toegevoegd. Langs de persnaden van de pijpenkop loopt een dubbele stippenrij. Op de spoor staat het Goudse wapen met S.


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1720-1730, waarschijnlijk Gouds. De voorstellingen op deze pijpenkop zijn iets rommeliger dan gemiddeld en ook niet erg goed te zien door een onscherpte bij het persen in een al iets versleten pijpenmal. Op de linkerkant staat een duiveltje dat in een zittende houding een pijp rookt, naar rechts gericht. Om deze duivel staan bladranken die aan de onderzijde tegen een klein mensgezicht aanlopen. Het is niet helemaal duidelijk of er boven de duivel een initiaal of initialen staan. Wel zitten er bloemen aan de ranken en waarschijnlijk staat er boven tussen de ranken ook een mensgezicht.

Op de rechterkant staat binnen eenzelfde omlijsting een struisvogel met een hoefijzer in zijn bek.

Langs de persnaden van de kop loopt een dubbele stippenrij.