Huisraad


Naast allerlei mensen en dieren werden ook gewone voorwerpen uit het dagelijks leven op 18e eeuwse trechterpijpen gegraveerd. Deze voorwerpen komen vaak overeen met de voorwerp-merken uit het Goudse merkenregister, maar er is geen onderling verband. Waarmee ik wil zeggen: als er op de zijkant van een pijp een stoel staat afgebeeld, refereert deze niet aan het merk stoel.

Wanneer een pijp niet in Gouda is gemaakt, wordt dat vermeld in de tekst.


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1715-1725. Op de linkerzijde is een  houten stoel afgebeeld, perspectivisch gegraveerd en naar links georiënteerd. De stoel is eenvoudig van vorm en stijl en heeft een rieten zitting. De poten en de rugleuning zijn gemaakt van ronde staven die met verbindingsstukken aan elkaar zitten. Op de rugleuning zitten twee sierknoppen. Om de voorstelling staan twee kruisende bladranken met een bloem aan de uiteinden. Op de kruising zijn twee kleine concentrische ringen aangebracht en het cirkelmorief wordt op de eerste stukken steel steeds kleiner wordend nog drie keer herhaald.

Op de rechterzijde is een sierlijke theetafel afgebeeld. Ook deze is perspectivisch gegraveerd, schuin van boven, maar de graveur was niet helemaal bedreven in het kunstje. Zo heeft de tafel een enkele staander die aan de onderzijde splitst in drie poten. links en rechts zijn symmetrisch, met een halfronde krul op het einde, maar de poot die naar voren steekt staat naar opzij, in dezelfde richting als de rechterpoot.  Net als bij een sierlijk drinkglas heeft de staander van de tafel een nodus. Het blad van de tafel is door de pijpengraveur met stippen bewerkt en op de tafel staan drie theekopjes op een rij, recht van opzij gezien. Ook deze voorstelling wordt omringd door twee bladranken met bloem. De ranken kruisen niet maar komen bij de onderzijde bijeen en zijn verbonden met drie kleine cirkels. De pijpenkop heeft geen stippen langs de persnaden en is post depositie versleten geraakt.


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1720-1730. Op de linkerzijde staat een theetafel met daarop drie kopjes thee, met een schotel er onder. Voor een ongeveer gelijkwaardige afbeelding: zie het hielmerk theetafel. Op de rechterzijde staat de molen met een kat in de poort. De voorstelling is redelijk versleten door de goed gebruikte persvorm.


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1720-1730. Op de linkerzijde staat een theetafel met daarop drie kopjes thee, met een schotel er onder.  Op de rechterzijde staat de molen met een kat in de poort. De tafel is minder scherp dan op de bovenstaande pijpenkop, maar de molen is scherper. De vorm van de pijp is waarschijnlijk dezelfde, maar in een andere periode van gebruik.


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1720-1730. Op de linkerzijde staat een grote houten (wijn)ton, liggend en van opzij gezien. De ton is een beetje perspectivisch weergegeven, zodat rechts de houten deksel te zien is. De zijkant toont zes duigen en is voor, achter en in het midden bijeengebonden met rijen hoepels. Op de ton staat een ooievaar met een slang in zijn bek. Dit kan een referentie zijn naar bijvoorbeeld Den Haag of Schoonhoven. Onder de ton zijn drie rozen stilistisch afgebeeld. De middelste roos is als een negatieve stippenroos het grootst, met boven en onder een rij van vier punten. Links en rechts van deze roos staat nog een roos, nu meer gegraveerd zoals op 17e eeuwse hielmerken. Op de rechterzijde staat een tinnen kan afgebeeld, met de schenktuit naar links, een oor en een klep. Om deze kan lopen twee bladranken met bloem, die uit een ronde knop onder de kan komen. Op de persnaden van de pijpenkop loopt een dubbele stippenrij. Op de spoor staat links een liggend maansikkeltje en rechts een bloemvorm.


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1720-1730. Op de linkerzijde staat een zittende speelman. De man zit wijdbeens op een houten stoel en speelt viool. De stoel lijkt buiten te staan, met wat grond en gras er onder. de man draagt schoenen met hoge kousen, heeft een korte broek of tuniek aan en een halflange jas die dicht gehouden wordt door knopen en een sjerp. De man heeft krullend haar met daarop een hoed met brede rand en een veer. Op zijn linkerschouder houdt hij een viool vast die hij met zijn rechterhand bespeelt. De manier waarop hij met rechts de strijkstok vasthoudt ziet er natuurgetrouw uit.

Op de rechterzijde staat een tinnen kan afgebeeld, met de schenktuit naar links, een oor en een klep. Om deze kan lopen twee bladranken die samenkomen in een enkele bloem. De ranken komen aan de onderzijde samen met drie grote ronde vormen, als raderen of sterren. Op de persnaden van de pijpenkop loopt een dubbele stippenrij.

Onder de speelman, op de grens met de spoor, staan de initialen IV, de i met een stip. Boven de speelman (en in mindere mate boven de kan) is de begrenzing van de pijpenmal zichtbaar, omdat er net iets hoger en schuiner is gebotterd.

De pijpenmaker met de initialen IV is onbekend tot op heden.