Struisvogels


Een oud spreekwoord zegt: 'Om ijzer te verteren is ene struisvogelmaag nodig.' Dat klinkt raar en is met de beste wil ter wereld onmogelijk, maar de herkomst is dat struisvogels gebruik maken van gastrolieten. Ze eten steentjes, die in de maag blijven en door het rollen helpen met het verteren van het normale voedsel dat ze eten. Dinosaurussen gebruikten dat systeem al. Het is dus net alsof ze stenen (en ijzer) kunnen eten en verteren. Door dit gegeven kwam men op het spreekwoord. In de 17e eeuw en 18e eeuw was het spreekwoord populair en staat de struisvogel met een hoefijzer (als mooie allegorie voor ijzer) afgebeeld op gevelstenen, tegels en in boeken afgebeeld. De voorstelling komt voor op 18e eeuwse pijpenkoppen.



Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1720-1730. Op beide zijden staat een grote vogel afgebeeld met in haar bek een hoefijzer. Links met de opening naar boven en de kop vooruit, rechts met de opening naar beneden en de kop omgedraaid. Gelet op de wijze van afbeelding en de details is dit een struisvogel. Langs de persnaden van de pijpenkop loopt een dubbele stippenrij. Aan de linkerzijde, onder de poten van de struisvogel, is de pijpenkop gesigneerd met: PG of BG. Op de spoor op de rechterzijde staat een ster.