De chique Turkenkop


Zo halverwege de 18e eeuw is het nog niet gedaan met de gezichtspijpen. Wel is het figurale er weer een beetje af. De koppen die in de tweede helft van de 18e eeuw worden gemaakt zijn praktisch nog van één type. Het gaat om grote, ietwat bolle ovaalvormige pijpenkoppen met een gezicht naar de roker toe, maar alle kenmerken zijn op het oppervlak gegraveerd en nergens nemen ze de  basisvorm van de pijpenkop over. De pijpenkop wordt wel Turkenkop genoemd, naar hun uiterlijk dat sterotiep verwijst naar een gezicht van een Turk met hoofdband. Don Duco beschrijft hoe veel koppen die hij heeft gezien beschilderd en soms zelfs verguld zijn, wat inhoudt dat de pijp in een hoger marktsegment wordt aangeboden. Er zijn Goudse exemplaren, maar bekender zijn de Gorinchemse varianten met initialen voor op hun hoofdband, of achter op de pijpenkop.


Ovaalvormige pijpenkop met spoor uit de periode 1760-1790 met de initialen IOH. De maker is Jan Ophuyzen sr. of jr. uit Gorinchem (Lit. 11). Naar de roker toe is het gezicht van een man afgebeeld. De man heeft een lange snor en een sik, die loopt over een gekruld baardje dat van oor tot oor loopt. De neus steekt niet erg uit, maar is wat bollig, de overige gezichtskenmerken zijn simpel weergegeven. Net boven de ogen en de haargrens loopt een band, dit is ook het enige element dat helemaal rondom loopt, achter de oren op de zijkanten is de pijp onbewerkt. Op de band loopt een versiering, die bestaat uit alternerende driehoeken gevuld met een blad. Boven het gezicht, in de band naar de roker toe, staan de initialen IOH. Aan de oren hangen druppelvormige oorbellen. De bovenzijde van de kop is scheef gebotterd.