Boeren en boerinnen


Eind 17e eeuw komen er opnieuw decoratieve thema's op pijpen in gebruik. Vanaf 1675 beginnen Goudse pijpenmakers eenvoudige modellen te maken, met eenvoudige decoraties op de zijden. Het gebruik is dat er meestal per helft een andere afbeelding staat, soms duidelijk gerelateerd, soms met een verband dat ver te zoeken is (in ieder geval voor ons nu).

Tot de vroegste thema's horen pijpen die op de kop een boer en boerin (of twee boerinnen) met een juk met melkemmers tonen. De voorstellingen zijn erg simplistisch maar zijn de aanzet van minutieus gegraveerde pijpen later.


Dubbelconische - tot trechtervormige pijpenkop uit de periode 1690-1700. Op beide zijden staat (min of meer) dezelfde voorstelling. Een boerin draagt een juk met daaraan twee emmers (melk). Met haar handen houdt ze de touwen van de emmers vast. Haar armen zijn weergegeven als een enkele lijn. Ze draagt een wijde jurk en een brede hoed. Details zijn minimaal. De jurk heeft een soort voorschort, het lijf heeft een open hals. Zelfs een gezicht is niet zichtbaar, andere kenmerken (zoals haar) zijn er niet.


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1700-1710. Op beide zijden staat (min of meer) dezelfde voorstelling. Een boerin draagt een juk met daaraan twee emmers (melk). Met haar handen houdt ze de touwen van de emmers vast. Ze draagt een wijde jurk en een brede hoed. Details zijn minimaal. De emmers tonen horizontale biezen, de jurk heeft onderaan drie horizontale banden, het lijf heeft een V-hals. Ogen, neus en mond zijn als stipjes en streepjes zichtbaar, meer kenmerken (zoals haar) zijn er niet.

De naden van de pijpenkop zijn met een dubbele rij gestipt (parels).