Duiven en doffers


Duiven zijn in de eerste helft van de 18e eeuw een regelmatig terugkerend thema op kleipijpen. Dat is, met een (vrouwtjes)duif op de éne zijde en een doffer (de mannetjesduif) op de andere zijde van de pijpenkop. Meestal staan ze tussen kruisende lauwertakken. De positie van de twee duiven (links of rechts) wisselt. De duiven staan op de pijpen als allegorie voor huwelijkse trouw.


Trechtervormige Goudse pijpenkop uit de periode 1720-1740. De duif staat links, de doffer rechts. Behalve de duiven is er niets gegraveerd, alleen de naden van de pijpenkop zijn afgezet met een dubbele rij stippen (parels).


Trechtervormige pijpenkop uit de periode 1720-1730. De duif staat rechts, de doffer links. Om de duiven lopen lauwertakken, die ontspruiten vanuit een bloem. De naden van de pijpenkop zijn afgezet met een dubbele rij stippen.