Determineren VOOR DUMMIES


Een Nederlandse kleipijp determineren lijkt in het eerste opzicht erg eenvoudig. In een handomdraai kun je aan het grootste deel van de exemplaren een globale datering geven. Maar op de basisregels zijn erg veel uitzonderingen, zodat een fout snel is gemaakt. Op verschillende sites kom je gevonden pijpenkoppen tegen, die in het mapje van een verkeerde eeuw staan. En met honderd jaar verschil zit je er dan wel erg naast. Veel kleipijpen zijn op vijf jaar nauwkeurig te dateren, soms nog preciezer.

 

Voor de duidelijkheid: de kleipijpen waar we het over hebben zijn van witte klei, gevormd in een mal en dan gebakken. In de 19e eeuw worden de kleuren rood en zwart aan de klei toegevoegd als innovaties. Vroeg in de 20e eeuw wordt pijpenklei verdund en gegoten. De pijpen kunnen eventueel zijn geglazuurd of geverfd. Maar dat is het.

 

Om te beginnen

De basis is de vorm van een kleipijp. Daaraan zie je de eerste kenmerken van de ouderdom en herkomst terug. In de jaren '80 van de vorige eeuw stelde Don Duco al een systeem op, waarmee een basis indeling kan worden gemaakt. Let wel: dit gaat op voor de gewone, Nederlandse pijpenkoppen.

 

Don zei al: let niet teveel op de grootte van een pijpenkop. Dat is misleidend. Tijdens de specialisatie van de eerste pijpenmakersbedrijven, vroeg in de 17e eeuw, werd er gezorgd voor een divers aanbod voor rokers. En werden er dus al tegelijkertijd pijpen aangeboden met verschillende kopgroottes. Uiteraard werden pijpenkoppen wel steeds groter in zijn algemeenheid, er bestaat dus in de evolutie van de pijpenkop een gemiddelde toename in volume. Je kunt dus wel stellen dat pijpenkoppen die groter zijn ook jonger zijn, maar voorop blijft staan dat dan eerst de vorm bepaalt uit welke periode een pijp komt.

 

De basistypen

Uit De Nederlandse Kleipijp, Don's determinatiehandboek uit 1987, komen vijf basistypen, die ook op deze site worden gebruikt (en zijn aangevuld met één extra basistype). Een uitgebreide beschrijving heb ik gemaakt onder pijpenkoppen en hun ouderdom.

Wat je in het kort ziet:

Het standaard Nederlandse model kent maar drie verschijningsvormen in volgorde van ontwikkeling:

- Dubbelconisch, wordt langzaam

- Trechtervormig, wordt langzaam

- Ovaalvormig

De overige drie modellen zijn toegevoegd sinds 1730 en zijn maar weinig veranderd tijdens hun levensloop.