Dieren op 19e eeuwse pijpen


Ook dieren en dierlijke motieven zijn afgebeeld op kleipijpen. Soms zijn ze gegraveerd op de pijpenkop, maar vooral in de laatste kwart van de 19e eeuw zijn ze figuraal afgebeeld op de steel of wordt de pijpenkop gebruikt als dierenkop. Een bekend voorbeeld daarvan zijn de snoekenbekken die al in de 18e eeuw voorkwamen. Zij worden apart behandeld. 


Rondbodem model pijp uit de laatste kwart van de 19e eeuw. Het belangrijkste element van deze pijp is een hondenkop die 'in de steel bijt'. De bovenste versie is bekend van Goedewaagen (in de catalogus van 1906 onder nummer 279), maar gezien het verschil in uitvoering is het ook door een andere fabrikant aangeboden. De onderste versie is een een sigarenpijp en veel kleiner dan de koppen die erboven zijn afgebeeld.

Op deze rondbodem model pijpen, de tekst op de steel meldt 'BILLARD', staat een hond in jachthouding. De voorstelling staat figuraal op de steel. De hond drukt zich laag tegen de grond, klaar om op te springen. De staart van de hond loopt omhoog langs de linkerkant van de pijpenkop.

Nogmaals dezelfde pijp als hierboven. Ditmaal is de tekst met 'Billard' niet gebruikt. 

Hoornmodel pijp  uit de periode 1875-1900. De hoornpijp zelf is geheel glad uitgevoerd . Het oppervlak is gewreven, de persnaden zijn met een kam afgestreken. Vlakbij de overgang naar de steel van dit model zit een atletisch gebouwde hond, figuraal op de kop. Het is een jachthond of een windhond. Het kwetsbaarste onderdeel, de hondenkop ontbreekt op de eerste pijp en dat is vaak het geval bij deze bodemvondsten.

Zowel de fabriek van Goedewaagen als die van Van der Want bracht dit model uit: een rondbodempijp met korte steel, met op de steel een figuratieve jachthond, die richting de pijpenkop zit. Zoals zo vaak blijkt de snuit een kwetsbaar deel en is afgebroken. Op de steel is een rolstempel gezet van respectievelijk Goedewaagen en P. Van der Want. De modellen verschillen alleen in kleine details.

Manchetpijp met paard op de steel. Rondbodem model pijpenkop met breed manchetstuk. Op de steel rent een paard die figuraal vanuit de kop op de steel staat. De staart staat links op de pijpenkop. De pijp is goed gerookt geweest. De uitvoering is laat 19e eeuws. Manchetpijpen met een paard zijn tot ver in de 20e eeuw gemaakt, maar in een nog iets eenvoudiger vorm dan deze.

Sigaren of sigaretten model pijp. De pijp is uitgevoerd als boomstam, met de stomp van een zijtak als spoor. Op de steel rent een paard die figuraal vanuit de kop op de steel staat. Het fragment is toegevoegd omdat de kop daar aanwezig is.

Rondbodem model pijp en een fragment van dezelfde pijp, met een zittende leeuw. De leeuw zit richting de pijpenkop. Om de leeuw is een gedeelte gegraveerd als ondergrond, met een kader redelijk dicht langs de leeuw. De pijpenkop heeft een lob op de persnaden.  Het fragment is toegevoegd omdat de kop daar aanwezig is.

Hoornpijpen met een leeuw of lopende leeuw op de pijp, met zijn kop naar de steel toe. Zoals aan de vondsten te zien is breekt de leeuw er vaak in zijn geheel af. Omdat leeuwen door de laatste paar eeuwen heen symbool staan voor Nederland zijn pijpen met een leeuw er op ook onder te brengen onder Oranjepijpen.

Het nadeel van bodemvondsten is dat ze lang niet altijd perfect zijn. En daarom laat ik de pijpenkop met een krokodil er op zien middels twee vondsten van dezelfde stortplaats. Bij de ene pijp is de kop compleet, maar ontbreekt de onderste helft van de decoratie. Bij de tweede pijp is de kop gebarsten, maar is de decoratie nog net compleet. De voorstelling op de pijp bestaat uit een krokodil die op de pijpenkop en een stukje steel ligt, met zijn kop naar de steel toe. De kop-steelhoek is erg groot, de pijpenkop staat bijna recht vooruit. Onder de krokodil zit een bloemknop ter hoogte van de spoor, waarbij de bloembladen vooral de onderste helft van de pijpenkop beslaan. De spoor maakt onderdeel uit van de bloem en is ook bladvormig. De vormgeving is beïnvloed door de art nouveau stroming en is eerder afkomstig uit het Maasland dan uit Gouda, waar de pijpen als misbakselstort zijn gevonden.  

Een van oorsprong niet Nederlands model is deze aap onder de pijpenkop, in Gouda gemaakt rond de overgang naar de 20e eeuw. Het oppervlak van de pijpenkop is geheel gepointilleerd en over het midden van de pijpenkop loopt een druivenrank met bladeren en druiven. Ook vanuit de bovenkant komt aan beide zijden een druivenblad omlaag. De aap houdt zich vast aan de druivenrank, met zijn kop op de positie van de spoor van de pijp. Zijn lijf loopt naar de steel, waar hij zich met zijn achterpoten aan vastklemt. De laatste variant is een misbaksel waarbij de glazuur over de pijp te heet geworden is en verbrand is. 

Fragment van een rondbodem model pijp met een rennende haas. De oren zijn afgebroken. Onder en achter de haas, tegen de pijpenkop aan, is een landschapje gemaakt. Aan de rechterkant staat een tekst naast de haas, 'BILLARD'. Dit is vergelijkbaar met pijpen waarop een hond in de jachthouding, die eerder op deze pagina is afgebeeld.

Hoornmodel pijp, gedecoreerd als zwijnskop. Oorspronkelijk was de pijp geheel geverfd met een donkerbruine laag. Dit gebeurde om de op dat moment al modieuzere houten pijpen in kleur te imiteren. De pijp is vanaf 1880 gemaakt door Goedewaagen, nadat de vorm was overgenomen van Bartholomeus van der Maas (Lit. 3). Goedewaagen gebruikte de vorm tot 1910 en vanwege de verflaag is de pijp waarschijnlijk ergens in dit laatste decennium gemaakt. De pijp is in de Goedewaagen catalogus van 1906 terug te vinden onder modelnummer 129 als Zwijnskop hoorn (zie referentie lit. 3).

Pijpenkop met slang. Opvallend is dat de onderliggende gravering op de kop gelijk is aan die van de bokkenkoppen hieronder. Er is gekozen voor een gepointilleerd oppervlak, met daarop rietsigaren en enigszins geabstraheerde rietbladeren. De positie van deze onderdelen en de manier waarop ze zijn gegraveerd wordt herhaald bij de pijpenkoppen met bokken. Vanwege de grotere vereenvoudiging van deze voorstelling bij de pijpenkoppen met bok lijkt het er op dat die hier is 'geleend' van het model pijp met slang. De pijp met de slang is een model van Goedewaagen en staat in de catalogus van 1906 onder modelnummer 119.

Driemaal dezelfde pijpenkop met bokkenkop, maar anders uitgevoerd. De eerste is geperst met witte klei, de tweede met rode en de derde weer met witte klei, maar dan met verf en glazuur er over. Door wat kleine verschillen is de geglazuurde pijp niet uit een mal met een gelijke gravering als de andere twee gekomen. De pijpenkop is gepointilleerd op het oppervlak, met aan de onderkant een wat naar voren stekende bokkenkop met dikke hoorns. Op het oppervlak staan (geabstraheerde) bladmotieven en rietsigaren. Achter de bokkenkop, op de aanzet van de steel, lopen diagonale banden met twee stippenrijen, met ertussen de vacht van de bok. Na ongeveer twee centimeter op de steel wordt de voorstelling afgesloten door een verticale band.

Nog een keer de pijp met een bokkenkop, maar dit keer anders uitgevoerd. Het onderste gedeelte, de bokkenkop en de banden op de steel, is gelijk aan de bovenstaande pijpen, al zijn onderdelen anders gegraveerd. Het grote verschil zit in de rest van de pijpenkop, die dit keer is gevuld met twee bladranken met bloemen per zijde. Het oppervlak is niet gepointilleerd en over de persnaden loopt een kleine lob.

Pijpenkop met een kop van een beer aan de onderkant. Op de kop, naar de steel toe, staat het merk melkmeid. Deze pijp is afkomstig uit de stort van de firma Jan Prince & Cie.

Pijpenkop met monsterkop aan de onderkant. De representatie van dit fantasie zeewezen is vergelijkbaar met oude illustraties van monsters uit zee. Het gezicht heeft dierlijke, tot menselijke trekken, omgeven door kieuwen en zeewier-achtige uitstulpingen. De bovenste helft van de pijpenkop is onbewerkt gebleven. Pijpenkop uit Goudse stort (met materiaal van verschillende pijpenmakers).

Knotsmodel pijp uit de periode 1870-1915. Op deze pijp is een motief aangebracht van licht uitstekende punten aan de onderzijde van de kop en een deel van de steel. Deze pijpen werden door verschillende pijpenmakers gemaakt aan het einde van de 19e eeuw. Als extra decoratie is een bok figuraal op de steel gezet, tegen de kop aan. De bok kijkt met de steel mee. De pijp komt voor in het assortiment van Goedewaagen, die de mal kocht van Bartholomeus van der Maas in 1880 (Lit. 3)

(Uit Lit. 3 blijkt dat Goedewaagen de pijp in het assortiment als 'bokdoorn' had opgenomen. Het gaat dus om een bok, de uitsteeksels van de knots zijn doorns.)

Isabé met een afbeelding van een olifant van de steel af. De pijp is voorzien van een hiel met daarop het merk LB. Het is een reclamepijp voor een kruidenierszaak in Nijmegen, genaamd 'In den Olifant' (Bron Ruud Stam).

Rondbodem model pijp van Goedewaagen. Tegen de pijpenkop aan zit een eekhoorn een noot te eten. De staart zit tegen de kop aan. Het stempel (GOEDEWAAGEN GOUDA) is onder de pijpenkop gezet. De pijp is ook als bruin gelakte versie uitgebracht.

Hertenkop. Rondbodem model pijpenkop met op de bodem een versiering met een bladvorm. Tegen de pijpenkop aan, voor een deel figuratief en de rest figuraal, is een hertenkop gezet die met de steel mee kijkt. Van de zijkant ziet het hert er nog wel natuurgetrouw uit, maar van voren heeft het hert eerder een slurf dan een snuit. In de catalogus van P. van der Want uit 1910 staat een soortgelijk hert onder nummer 303. Mogelijk gaat het om dit exemplaar, maar het model kan ook door een andere fabrikant op de markt zijn gebracht.

Pijpenkop vastgehouden door vogelklauw. Van dit populaire thema zijn veel varianten bekend, dit soort pijpen werden in heel Europa gemaakt.

Variant op bovenstaande pijp.

Variant vogelklauw.

Driemaal dezelfde vogelklauw, maar steeds anders gegraveerd. Het gaat om kleine verschillen.

Pijpenkop vastgehouden door vogelkop. De onbewerkte pijpenkop ligt als een ei in een omgekeerde vogelsnavel. De kop van de vogel is volledig ondersteboven gegraveerd en de focus ligt bij de snavel op de bovensnavel, die rond de hele bodem van de pijpenkop gaat. De pijp staat ook in de catalogus van Goedewaagen uit 1906 onder nummer 543.

Zowel in de fabriek van Goedewaagen als in de fabriek van Van der Want werd een pijp gemaakt met twee etende duiven op de bodem van  de pijp. De bovenstaande uitvoering is van Van der Want. Op de scherf zijn de duivenhoofden nog aanwezig, een kwetsbaar punt. De pijp werd ook in het bruin gelakt verkocht, ook hiervan heb ik een vondst met duivenhoofden afgebeeld.

Op deze pijp zijn de duiven uitgebreid gemodelleerd, ze nemen meer ruimte in op het oppervlak van de pijpenkop. Ze hebben hun vleugels niet netjes op hun rug, maar uitgespreid tijdens het eten. Dit is de versie die Goedewaagen verkocht.

Sigarenpijp model met de figurale vorm van een haan. De pijpenkop is ongeveer drie centimeter hoog. Om de ketel is een haan gemodelleerd, met een staart naar de steel toe en het lichaam en kop van de steel af. De hanenkop is afgebroken. De pijp is niet gemerkt. Het model is gebaseerd op een identieke pijp uit de vroege 18e eeuw, maar wel groter was dan deze uitvoering voor sigaren.

Op de steel van deze rondbodem model manchetpijp zit normaal een figurale duif, maar die is er afgebroken. Het gaat hier om een model uit de fabriek van Goedewaagen, uit de overgang naar de 20e eeuw. Op de steel zit de duif, aan de linkerzijde van de steel staat 'GOEDE WAAGEN' en aan de rechterzijde 'GOUDA' en het modelnummer (4)69. Dat getal staat voor het catalogusnummer waaronder de pijp bij Goedewaagen was ondergebracht.

Isabé model pijp met op de bodemzijde een motief dat lijkt op blad, veer of haar. Het gaat om rondlopende bundels arceringen die in vergelijking tot pijpen met bladmotieven niet overeenkomen en als zodanig eerder aan een dierlijk motief doen denken. Het voorkomen van een gestileerd oog op sommige modellen versterkt deze indruk. De steel is versierd met een eenvoudig schelpenmotief, de spoor is cilindrisch, met een rondlopend voetje.

Op de tweede pijpenkop zijn twee gestileerde ogen te zien, die zich tussen de arceringen bevinden. de scheiding tussen kop en steel is geaccentueerd met een een lijn, ook de spoor is gearceerd en loopt in een boog.

Pijpenkop van Van der want, 1880-1915. Het motief op de onderste helft lijkt op een omgekeerde vogelpoot met zwemvliezen. De pijp heeft een hiel, maar daar is geen stempel meer op gezet.

Het dier op deze Isabé's is geabstraheerd, maar het is een uil. Goedewaagen verkoopt in zijn assortiment een shagpijp met een soortgelijke voorstelling en deze heet in de catalogus van 1906 'Uilenshag' (Lit. 3). De uil wordt vanwege zijn geabstraheerde uiterlijk ook wel eens een vleermuis genoemd. De tweede pijpenkop is gemerkt met het merk molen en komt van de fabriek van Sparnaay.

Rondbodem model pijpenkop met een vlinder aan de onderzijde. De vleugels zijn van opzij zichtbaar. De rossige tinten hebben een recente oorsprong.

Isabé met een kop inj de vorm van een bijenkorf. In de bijenkorf zitten openingen voor de bijen (de U-vormen) en rechts zit een grote bij op het oppervlak. De pijp is gemaakt door Goedewaagen en staat in de catalogus uit 1906 vermeld onder nummer 193.

Rondbodem model pijpenkop van roodbakkende en witte klei, van een Goudse fabrikant, uit de derde kwart van de 19e eeuw. Onder de bodem van de pijpenkop zit een grote vlieg. De eerste witte pijpenkop is gelakt geweest.

Pijp uit 1880 van Bartholomeus van der Maas met op de steel, tegen de pijpenkop aan, een coloradokever. Op de pijpenkop zijn aardappelbladeren afgebeeld, waar de kever van eet. Op de steel staat aan beide zijden de tekst 'COLORADOKEVER' in een kader. De pijpenkop is later overgenomen door Goedewaagen en staat in de catalogus uit 1906, onder nummer 48 (Lit. 3). In het licht van de tijdgeest was de coloradokever nieuwswaardig, omdat de kever als exoot meereisde met vrachten uit Noord Amerika en vanwege het gebrek aan natuurlijke vijanden een ware plaag werd en complete aardappeloogsten vernietigde.

Pijp in de vorm van een vis, waar een vrouw op zit. De pijp, van een hoornvormig model, is gemodelleerd als vis, waarbij de kopopening ook de bek van de vis is. Op de vis, op een doek, ligt een naakte vrouw gedrapeerd. De pijpenkop is in Gouda gevonden en misschien ook gemaakt door een Nederlandse fabrikant (hoewel dan wel met een vorm uit het buitenland). 

Fragment van een pijp in de vorm van een vis.