Tabak


De tabaksplant, of Nicotiana tabacum, zoals de soort heet, is van de plantenorde Solanales en is familie van de nachtschade. Andere bekende soorten van de nachtschade zijn de aardappel en de tomaat. De tabaksplant wordt tegenwoordig op grote plantages verbouwd in een éénjarige teelt.

 

Lang voordat tabak in Europa bekend was, zelfs al vanaf de vijfde eeuw voor Christus, werd het door indianen in Zuid-Amerika gebruikt. Ze vonden de wild groeiende tabaksplant en maakten vuur om eten op te warmen. Ze ontdekten dat de rook van de tabaksplant prikkelde en zelf verdovend was. De indianen gebruikten de bladeren van de tabaksplant voor geloofsceremonies en -handelingen.

 

In 1492 zag Columbus de indianen gebruikmaken van de tabaksplant. Toen Columbus naar Europa ging nam hij de tabaksplant mee. De Spanjaarden waren de eerste Europeanen die de tabaksplant kenden. Omdat dokters dachten dat de bladeren van de tabaksplant een medicijn waren tegen slecht slapen, verspreidde de bekendheid zich. Ook de andere Europese landen ontdekten de tabak.

 

Jean Nicot (Nîmes, 1530 – Parijs, 4 mei 1600) was Frans ambassadeur in Portugal. Hij stuurde in 1560 het in Amerika ontdekte geneeskrachtige wondermiddel tabak naar de koningin Catharina de' Medici om haar van haar hoofdpijn af te helpen. Naar Jean Nicot is de tabaksplant Nicotiana en later de stof nicotine vernoemd.

 

Op dit moment denken we, zoals blijkt uit archeologisch- en bronnenonderzoek, dat men tussen 1570 en 1580 voor het eerst is gaan roken voor het genot, zoals dat tegenwoordig nog gebeurt. 

 

Voor wie meer wil weten: een goed samengevat verhaal over tabak is te vinden op Wikipedia.

Veel uitgebreidere informatie is te vinden op de site van de Stichting Nederlandse Tabakshistorie, zoals in het hier gelinkte artikel over pijp en kerftabak.

 

Bronnen:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Tabak

http://nl.wikipedia.org/wiki/Gewone_tabaksplant

http://nl.wikipedia.org/wiki/Jean_Nicot

Bloeiende tabaksplant
Bloeiende tabaksplant