Rondbodems, 1730-1940


De Goudse pijpenmakers hadden tijdens elke vormperiode altijd wel een redelijk assortiment aan (licht) afwijkende modellen, maar vanaf 1735, als de ovale kop wordt ontwikkeld, komen er twee hele specifieke modellen bij: de kromkop en de rondbodem. Door de specifieke eigenschappen van deze vormen worden ze als aparte groep beschouwd en hebben ze een eigen modelnummer gekregen, respectievelijk model 4 en 5.

 

De rondbodem is uitzonderlijk voor Nederland omdat alle pijpmodellen tot dan toe waren voorzien van een hiel of spoor, als een vast basiskenmerk van de pijpenkop. Bij alle andere gelijklopende modellen blijft dat dan ook het geval. De rondbodem heeft dus een kop die naadloos overgaat in de steel. Een bijkomende vormaanpassing is dat rondbodems iets lager zijn dan ovale pijpen.

Qua vorm komt het model het meest in de buurt van het standaard model pijpen dat gemaakt wordt in Duitsland en het ontstaan van dit model in Nederland kan heel goed het resultaat zijn van de opbloeiende internationale handel, waarbij Gouda steeds meer producten wereldwijd gaat uitvoeren

Rondbodem uit de periode 1750-1760. Latere versies krijgen ook wel een kleinere hoek van de kop-as ten opzichte van de steel.


Vroeg type rondbodem uit de periode 1725-1735. De pijpenkop is niet geglaasd en gemerkt, op de markt is het  een eenvoudige categorie pijp. Het gaat om een model dat in deze periode voor de Nederlandse markt nog exclusief was en om die reden waarschijnlijk speciaal voor de export is gemaakt.


Een paar modellen van rondbodems, lang en kort, uit de tweede helft van de 18e eeuw.



Laat 18e eeuwse rondbodems met het merk 16 gekroond.


Laat 19e eeuwse rondbodem, gemerkt met melkmeid.