Hoge kwaliteit barokpijpen


Hoge kwaliteit barokpijpen waren in de periode dat ze werden gemaakt al goede voorbeelden van waar vormgraveurs maximaal toe in staat waren. Koppen kregen een figurale bloemvorm en graveringen werden zo minutieus mogelijk gemaakt, met een rijk bewerkt oppervlak als resultaat. Er zijn allerlei erg mooie voorbeelden van bekend. Wat wel zo is, is dat bepaalde vormen nagemaakt zijn door minder vakkundigen. Zo zijn er binnen deze groep ook pijpen die hier qua vormgeving thuishoren, maar qua uitwerking niet.


Voor verzamelaars is deze barokpijp uit Gouda, uit de periode 1630-1640, al decennia lang een gewild object. Dat komt omdat behalve allerlei standaard barokke elementen twee portretten op de zijden van de kop zijn gegraveerd. De gravering is mooi uitgevoerd en behalve dat het de vroegste portretten op kleipijpen zijn, zijn het ook de enige uit hun tijd. Het is dus een uniek stukje werk. Er zijn er gelukkig een flink aantal van geperst, dus ze duiken met bescheiden regelmaat op als bodemvondst of in verzamelingen.

Don Duco heeft in de jaren '80 onderzoek gedaan naar de achtergrond van deze pijp en concludeerde dat het gaat om een huwelijkspijp. Op de rijk versierde steel staan in een ovaal twee in elkaar grijpende handen. De bruid en bruidegom zijn Frederik Hendrik en Amalia van Solms. Kleine wijzigingen in de afbeeldingen van verschillende vondsten wijzen op het bijwerken van de mal, wat met enige regelmaat nodig was in verband met slijtage tijdens het persen.

* Inmiddels heb ik een completer exemplaar, met een roosmerk op de hiel, maar de fotografie daarvan zal even op zich laten wachten.


Barokpijpenkop uit de periode 1625-1635. Het oppervlak van deze pijp is gedetailleerd bewerkt. Helaas is de vondst versleten en ongelukkig gebroken, zodat het beeld van de pijp wat onvolledig is. Verstopt achter de vele details zit het klassieke, voor kleipijpen barokke basisthema. Er is sprake van een middendeel gekaderd door banden met stippen en/of strepen. De hiel is als apart onderdeel bewerkt. De bovenzijde, boven het kader, heeft een omringend patroon. De zijden zijn verdeeld in vier vlakken met een hoofdvoorstelling en opvullende elementen. De gegraveerde voorstellingen zijn eigen. Op de zijden staan torso's in een ruitvorm. Niet duidelijk is wie of welk mens is afgebeeld, al dan niet symbolisch. Op de persnaden staan vogelkoppen, die ook wel pauwenkoppen genoemd. De kop steekt uit, er achter zit een onoverzichtelijk werk van gearceerde vlakken. De ruimte tussen de voorstellingen is opgevuld met ranken, waaraan Oranjeappels en druiventrossen hangen. De gravering is niet symmetrisch en oogt eerder rommelig dan vakkundig. Toch is het ook weer geen amateurwerk. RR13


Barokpijpenkop uit de periode 1625-1635. Qua detaillering valt deze pijp in dezelfde categorie als de pijp hierboven. Het gaat om een uitvoerige, druk ogende bewerking van het oppervlak. De uitvoering is netter in details en meer symmetrisch. De klassieke indeling van elementen is hier meer losgelaten, maar nog wel aanwezig. Zo is er nog steeds een kader aangebracht aan de bovenzijde van de voorstelling, met een omringend patroon langs het bovenste gedeelte van de ketel. Langs de hiel loopt een stippenrand. De gebruikte elementen van deze patronen wijken wel af. Het patroon langs de bovenzijde bestaat uit vloeiende ranken en gevarieerde stippen, iets dat aansluit op de voorstelling op de pijp. Het kader op de bovenkant van de ketel is niet gevuld met stippen, maar een aantal zorgvuldig vormgegeven acanthusblaadjes. Onder dit kader is de versiering alleen nog floraal, zonder specifieke vlakverdeling. Ranken met blad en druiven worden afgewisseld door ranken met blad en granaatappels. De steelovergang is opvallend glad, hoewel dit door een versleten mal zou kunnen komen. Vlak daarop begint de steeldecoratie met ranken die elkaar kruizen op een sierlijke manier. Aan de ranken zit blad en vooral bloemen, met een vaste regelmaat staat er een roos tussen op de zijkanten. Opvallend detail is het diertje dat is gegraveerd tussen de eerste twee rozen. Op de hiel is de pijp gemerkt met een grote roos, een vroeg en nog anoniem merk. Bodemvondst centrum Gouda.


Barokpijpenkop uit de periode 1625-1635. Dezelfde pijpenkop als bovenstaande, van een andere locatie. De pijpenkop is in de bodem versleten en bruingrijs van kleur geworden. De voorstelling komt in zoverre overeen dat het gaat om een pijp uit dezelfde mal. Alleen het merk is anders. De roos is hier net gegraveerd en in detail herkenbaar. Bodemvondst omgeving Den Haag.


Barokpijpenkop uit de periode 1625-1635. Het grootste gedeelte van de pijpenkop verdwijnt in een dik aangezette, figurale bladvorm. Het zijn vier bladeren die de kop omvatten. een vijfde blad krult omlaag en functioneert als hiel. De aandacht van de vormmaker zit hier vooral in de vormgeving van de bladeren. Arceringen, bij andere pijpen prominent aanwezig als onderdeel van de vormgeving, spelen hier vrijwel geen rol. Het model is Gouds, Aangekocht.

Baroksteel uit de periode 1625-1635. Hoewel de uit bodemvondsten bekende pijpenkop bij deze steel niet helemaal overeenkomt met de bovenstaande, is het type gelijk. Het geeft een beeld van hoe de pijpen van dit type op de steel werden afgewerkt. Vreemd genoeg neemt de versiering even na de flamboyante versiering op de kop een veel traditionelere vorm aan. Met patronen, banden, bloemen en florale elementen wordt de versiering afgemaakt. Aangekocht.


Barokpijpenkop uit de periode 1625-1635. Door de vormgeving is dit type pijp figuraal, daardoor vallen veel van deze pijpen in het hoogste segment. De afgebeelde pijp is zorgvuldig gegraveerd en afgewerkt. Gladde delen, zoals de bovenkant van de pijpenkop en het gedeelte van de steel direct achter de kop, zijn geglaasd en glimmen. De versiering op de steel is zoals bij de standaard barok. Er is sprake van afsluitende banden, bladeren en florale motieven die op de steel zijn aangebracht. De aandacht voor arcering is hoog geweest. De kop zelf is een mooi voorbeeld van een bloemvorm, met twee flink naar de zijkant uitstaande bladeren. Het blad van de steel af is drielobbig. Ook de hiel is een kwetsbare, naar onder buigende lip. De gravering op de bladeren is minutieus uitgevoerd. Het blad naar de steel toe is rondom geradeerd met hetzelfde radeermes dat gebruikt is voor het raderen van de ketelrand, een toevoeging die extra tijd moet hebben gekost en net als het glazen extra kwaliteit meegaf aan de pijp. De vondst komt uit Gouda, later heb ik in de Zuidplaspolder nog een keer een fragment gevonden van de steel van deze pijp.


Barokpijpenkop uit de periode 1625-1635. Door de vormgeving is dit type pijp figuraal, daardoor vallen veel van deze pijpen in het hoogste segment. Toch is ook het hoogste segment een rekbaar begrip, want door het kopiëren van de mooiste modellen door graveurs met minder goede kwaliteiten zijn sommige van deze pijpen uiteindelijk redelijk standaard geworden. Alleen het model, het figurale type, maakt dat ik ze hier allemaal behandel als hoge kwaliteit pijpen. De uitvoering van deze pijp is wat rommelig. Wel lopen de twee bladeren aan de zijkanten mooi uit, met een goed ruimtelijk effect. De pijp is verder niet geglaasd, maar wel op de onderkant van de steel, in de decoratie, gesigneerd met de letters WT. De pijp is gemaakt in Gorinchem door de toen goed verkopende pijpenmaker Willem Teeck. Eenzelfde exemplaar is afgebeeld in Lit. 1 op blz. 95, afbeeldingsnummer 491. De informatie dat het om Willem Teeck gaat komt ook van Don Duco. Vondst uit Rotterdam.


Barokpijpenkop uit de periode 1625-1635. Door de vormgeving is dit type pijp figuraal, daardoor vallen veel van deze pijpen in het hoogste segment. Toch is ook het hoogste segment een rekbaar begrip, want door het kopiëren van de mooiste modellen door graveurs met minder goede kwaliteiten zijn sommige van deze pijpen uiteindelijk redelijk standaard geworden. Alleen het model, het figurale type, maakt dat ik ze hier allemaal behandel als hoge kwaliteit pijpen. De afgebeelde pijpenkop, helaas op de kop al gebroken, is nog van goede kwaliteit, met een duidelijke gravering en duidelijke details. Tussen de vier bladeren die de onderkant van de ketel vormen staan dunne lijnen, met daarop een Franse lelie. De rand van de kop is zorgvuldig geradeerd. Bodemvondst Gouda.


Barokpijpenkop uit de periode 1625-1635. Door slijtage en breuk ziet het fragment er slecht uit, maar de oorspronkelijke bewerking is van het figurale type, min of meer identiek aan het hierboven afgebeelde type. De kop wordt omvat door vier bladeren die naar de steel lopen, de hiel heeft de vorm van een vijfde, gekruld, blaadje. Tussen de vier bladeren lopen dunne lijnen, met daarop een Franse lelie. Mogelijk was het gedeelte van de kop die boven de bladeren uitsteekt geglaasd. Deze versiering, die een aparte groep vormt binnen de barokke pijpen, werd in ieder geval in Gouda en Amsterdam uitgevoerd. Deze pijpenkop komt uit Gouda en is relatief terughoudend gemodelleerd. Aangekocht.


Barokpijpenkop uit de periode 1625-1635. Door slijtage en breuk ziet het fragment er slecht uit, maar de oorspronkelijke bewerking is van het figurale type, min of meer identiek aan het hierboven afgebeelde type. De kop wordt omvat door vier bladeren die naar de steel lopen, de hiel heeft de vorm van een vijfde, gekruld, blaadje. Tussen de vier bladeren lopen dunne lijnen, met daarop een Franse lelie. Afwijkend is hier dat er op de bovenste helft van de pijpenkop een kadering is geplaatst van een dubbele lijn met stippen ertussen, met erboven een rondlopend leliemotief. Boven de bladpunten op de zijden staat een stip. Het model heeft met deze behandeling een deels traditioneel figuratieve -, en een deel figurale vormgeving meegekregen. Vondst Zuidplaspolder.


Niet alles wat mooi gemodelleerd en gegraveerd was komt mooi uit de grond. Met name in de zure veenpolders van West Nederland vergaat de gebakken klei langzaam. Sporen door landbewerking beschadigen het oppervlak ook. De afgebeelde pijpenkop is vergelijkbaar met de pijpenkop er boven, die ook al geen schoonheid meer is. Veel van de kleipijpen uit het Nederlandse bodemarchief worden door de tand des tijds afgebroken, tot er uiteindelijk niets meer van over is. Aangekocht.