Bijmerken


Wat is precies een bijmerk? En waarom kan een pijp zonder enig merk wel een bijmerk hebben?

Een bijmerk is een aanduiding op de pijp, in welke vorm dan ook, die niets te maken heeft met de reclame uiting zoals het standaard merk. Er kan geen naamsbekendheid aan worden ontleend, maar verder kan een bijmerk wel voor verschillende andere dingen staan. In hoofdzaak zijn er eigenlijk maar twee soorten bijmerken.

De eerste soort is het zogenaamde vormmerk. Een vormmerk is van belang voor kwaliteitscontrole en moet daarom onopzichtig zijn. Je moet het kunnen zien, maar het moet het uiterlijk van de pijp niet storen. Een enkel stip volstaat meestal. Een vormmerk staat eigenlijk altijd op de zijkant van de hiel of spoor. Een pijpenmakerij die meer mallen heeft om hetzelfde type pijp te maken, ter vergroting van de productie, wil dat het product uit die mallen te onderscheiden is. Op die manier kun je namelijk zien of de pijpen met de stip op de hiel aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen als de pijpen zonder die stip. Zo niet, dan moet er eens ernstig met de desbetreffende pijpenkaster worden gesproken.

Trechtervormige pijpenkop met drie stippen op de spoor.

 

De tweede soort is een locatiemerk, het meest bekend als het wapen van Gouda, ook weer op de zijkant van een hiel of spoor. Over het wapen van Gouda als bijmerk is al heel wat geschreven en het is een handig determinatiemiddel, wanneer het aanwezig is.

Dat het wapen van Gouda (met en zonder S erboven) op pijpenkoppen staat, komt zo:

In het begin van de 18e eeuw was Gouda zo gespecialiseerd in het maken van kleipijpen, dat er geen ander productiecentrum op de wereld met Gouda kon wedijveren. De Goudse pijpen waren gewoonweg mooier, beter van kwaliteit en niet exponentieel duurder dan andere pijpen. Dus Gouda was leider in de wereldhandel in kleipijpen en verdiende daar een redelijke boterham mee. Vooral in Nederland bleef er weinig anders over voor andere steden met pijpenmakers dan het maken van makkelijke en goedkope pijpen, waar genoeg vraag naar was. Alleen verdiende dat slecht. Om toch iets beter te verkopen maakten pijpenmakers de succesvolle Goudse modellen na en plagieerden bekende Goudse merken. Dat had zodanig effect dat de Goudse handel er last van had en dus besloot men op gezag van het Goudse pijpenmakersgilde dat er vanaf 1739 op de hoogste kwaliteit pijpen een Gouds wapenschildje geplaatst mocht worden, klein maar zichtbaar, op de zijkant van de hiel of de spoor. Bij rondbodems gebeurde dit op de zijden tegen de onderkant aan. Dit merkje was voorbehouden aan pijpenmakers in Gouda en mocht niet elders in Nederland worden gekopieerd, anders zouden er boetes volgen. Het aanvankelijke succes zorgde voor een toevoeging op deze wet in 1740: Ook op de overige kwaliteiten Goudse pijp mocht nu een wapenschild worden geplaatst, maar dan wel met de toevoeging van een S, boven het schild.

(Deze S staat voor Slechte, wat nogal negatief klinkt, maar zoveel betekent als 'niet de hoogste kwaliteit'.)

Dus vanaf 1739, 1740 is het Goudse wapenschild gezet op vrijwel alle Goudse pijpen. En helaas voor Gouda, toch ook gewoon gekopieerd. Maar meestal met kleine verschillen, zodat de wet kon worden ontdoken. De wet verliest uiteindelijk zijn kracht en vanaf 1830 (?) wordt de S niet meer geplaatst boven het Goudse wapenschild. Het schild zelf is een keurmerk van kwaliteit geworden, dat zelfs na het verlies van de oorspronkelijke betekenis nog op de zijden van de hiel blijft staan, binnen en buiten Gouda, op hogere en lagere kwaliteit pijpen. In vorm is vaak alleen het schild nog herkenbaar, niet het wapen dat het draagt.

Gouds wapenschild met S op de spoor van een zijmerkpijp.