vrije vorm, 1850-1960


In de 19e eeuw gaat het bergafwaarts met de (Goudse) kleipijpenindustrie. In de eerste plaats komen er vanaf het einde van de 18e eeuw een aantal alternatieven op de markt om tabak mee te roken, te snuiven of te pruimen. Vanaf de 19e eeuw worden pijpen van steeds meer verschillende materialen gemaakt en deze pijpen concurreren met de kleipijp. De langgegesteelde Gouwenaar raakt als pijp uit de mode en Gouda zelf raakt zijn koppositie als pijpenproducent kwijt. Aan een hoge kwaliteit hoeft niet meer te worden voldaan en dat is terug te zien aan de op klassiek model gebaseerde pijpen die nog wel in Gouda worden gemaakt. De afwerking krijgt een steeds gehaaster uiterlijk en rond 1900 volstaat ook het opwrijven van het pijpenoppervlak, in plaats van het arbeidsintensievere glazen. Begin 20e eeuw worden gietpijpen uitgevonden, als laatste alternatieve techniek voor kleipijpen. De geglazuurde versies staan nog regelmatig te koop in antiekhandels en zijn bijvoorbeeld bekend als doorrokers.

 

De kleipijp zelf vecht voor zijn voortbestaan. Na 1800 ontstaan schoorvoetend de eerste afwijkingen op het vaste arsenaal en vanaf de tweede helft van de 19e eeuw wordt de kleipijp een nieuw leven ingeblazen als de gestandaardiseerde vormgeving helemaal wordt losgelaten. Onder invloed van productie uit het buitenland ontstaat er een uitgebreide vormtaal die vrijwel eindeloos lijkt. Nieuwe modelvormen worden toegevoegd, er komen pijpen voor shagtabak, voor het oproken van sigaren en sigaretten en allerlei fantastische en vaak kitscherige voorstellingen en motieven worden op het oppervlak van de pijp geplaatst. Ook worden er steeds vaker pijpen in rode of zwarte klei uitgevoerd. De messingen mal, waar pijpen van oudsher in worden geperst, leent zich uitstekend voor driedimensionale vormgeving en gezichten van bekende wereldburgers of fantasiefiguren worden tot pijp gemodelleerd. De paar grote pijpenindustrieën die over zijn leveren, al dan niet op maat, tot 1200 verschillende modellen tegelijk. Van dit aanbod bestaan soms nog schitterende catalogi.

 

Hieronder staan een paar voorbeelden van vormtypen uit deze periode.