Te heet gebakken


Om een pijp goed hard te bakken en de klei toch genoeg poreus te laten dat deze vocht opneemt, is een stooktemperatuur nodig van 900-950 graden. In storten van pijpenmakers komt afval voor dat duidelijk aan een hogere temperatuur is blootgesteld. In eerste instantie zie je dat aan een verkleuring van het oppervlak. Is de temperatuur nog hoger geweest, dan verbuigen en scheuren delen, het oppervlak smelt, of zelfs de hele pijp smelt tot een keramischer vorm.


Dubbelconisch gevormde pijpenkop uit de periode 1650-1660, gemerkt met SS. De pijpenkop is iets te heet gebakken waardoor het wit van de klei veranderd is in een gelige kleur. Op de vergroting van de hiel met het merk is aan de bovenrand goed te zien dat het oppervlak van de klei een beetje is gesmolten en glazig is geworden.

Langwerpig dubbelconisch gevormde pijpenkop uit de periode 1660-1675. De gele tint komt door de te hoge stooktemperatuur.

Laat trechtervormig model uit de periode 1730-1740. De buitenkant is gedeeltelijk gesmolten (verglaasd) van de hitte. Het merk is klaverblad.

Ovaalvormige pijpenkop uit de periode 150-1775. Hier is het pas echt misgegaan. Op de kop zitten resten geheel verbrande glazuur. De kop zelf is verkleurd en gedeeltelijk verglaasd door de hitte. Op de hiel is nog net het merk wapen van Gouda te zien.

Ovaalvormige pijpenkoppen uit de periode 1775-1800. De pijpen komen uit een Goudse stort en zijn allemaal gemerkt met melkmeid. De gele tint komt door de te hoge stooktemperatuur.

Twee stelen uit de 17e eeuw die bruin gekleurd zijn door een te hoge temperatuur in de oven. Op de eerste is ook glazuur gelekt. Goed te zien is dat vooral de buitenste laag het te verduren heeft gekregen. Om de integriteit van de klei verder te beschadigen is een nog hogere temperatuur nodig.

Deels versinterde pijpenkop uit de tweede kwart van de 19e eeuw. Aan het oppervlak van de breuk is te zien dat de klei een egale, bijna porselein-achtige structuur heeft gekregen. Herinneringspijp met Van Speijk, 1831. Het merk is 73 gekroond.

Twee pijpen uit een stort van Goedewaagen, 1890-1900. Nog steeds komt het voor dat de pijpen bruin kleuren door een te hoge stooktemperatuur.