Dit is een pijp

En andere verhalen


Ik ben door pijpjes geïntrigeerd sinds mijn 10e. Mijn eerste ontmoeting met een pijp kan ik me zelfs nog herinneren. Het was in een letterbak van een kennis van mijn ouders. 'Kijk', zei hij, 'als je de pijpenkop zo houdt zie je er een klein tekentje op staan, dat is een merkje.' Ik vond het een klein wonder. Pas later, zo rond mijn twaalfde denk ik, ben ik ze actief gaan zoeken. Waar ik toen woonde lagen ze niet voor het oprapen, maar je vond altijd wel iets. Dus was ik de trotse eigenaar van een la vol brokken en steeltjes. Elke vondst telde mee. Na een periode van groei en volwassen worden, waarin bodemvondsten vaak helemaal geen plaats hadden, kwam ik in Gouda te wonen. Ik woon daar op het moment van schrijven nog steeds, nu bijna twintig jaar. De stad waar driehonderdenvijftig jaar lang kleipijpen als core business werden gemaakt heeft een bodem die tot in de verre omgeving bezwangerd is met productieafval en gerookte pijpen. Ik ben ze niet alleen veel gaan vinden, ik ben er inmiddels veel over gaan weten. De hobby is pretentieus geworden. Dat brengt voor- en nadelen met zich mee, maar ik zal me hier op de voordelen richten. Van de diversiteit in zoiets eenvoudigs als pijpenkoppen kan ik namelijk erg blij worden.


Schoonhovense nabewerking
(Schoonhoven deel 2)