Tudorrozen, stippenrozen

De meest gebruikte versiering op nederlandse kleipijpen


Oorspronkelijk werden roosmerken geplaatst op het hielvlak van een pijpenkop. De vroegste merken waren nog anoniem en werden zowel gekroond als ongekroond geplaatst. De reden voor het plaatsen van een anoniem roosmerk wordt gezocht in de wens tot het toevoegen van een kwaliteitsmerk. Op 16e eeuwse, gegoten tinnen gebruiksvoorwerpen werd een roosmerk geplaatst wanneer het een product van hogere kwaliteit betrof. Soms waren de merken gepersonaliseerd, met extra initialen, als reclame voor de tingieter.

 

Bij kleipijpen gebeurde iets soortgelijks. De kwaliteit kleipijp die de hoogste nabewerkingsgraad vroeg (het zogenaamde glazen) kreeg een hielmerk mee. Bij de eerste pijpenmakers deed concurrentie er nog niet zo toe. Pas toen er meerdere pijpenmakers in één stad tegelijk actief waren en roosmerken gingen plaatsen werd een persoonlijke noot belangrijk en plaatste men eerst letters bij de roos of ging men over op het plaatsen van een eigen beeld- of lettermerk.

De soort roos die wordt afgebeeld is vijfbladig (met vijf kroonbladeren en soms ook vijf kelkbladeren er tussen). Als je naar de roos gaat kijken als teken, of symbool, kom je al erg snel in de heraldiek terecht. De roos en de lelie zijn de meest gebruikte heraldische bloemen. Ook op de eerste generatie kleipijpen komen beide bloemen als merk terug. De lelie roept het beeld van de Franse 'fleur de lis' op, de roos die van de Engelse Tudorroos. Over beide symbolen valt een hoop interessants te melden, maar laat ik me beperken tot de kleipijpen. Of de tudorroos daadwerkelijk iets te maken heeft gehad met de vroege Engelse pijpenmakers, die hier hun kennis overbrachten na te zijn gevlucht of gelegerd, zou ik niet durven zeggen, maar dat is wel gesuggereerd. In ieder geval heeft het teken die heraldisch-symbolische waarde al snel verloren.

 

Op vroege pijpen, uit de periode vanaf 1625, komt soms al een klein roosmerk onder aan de zijkant van de kop voor. De roos werd niet langer alleen op het hielvlak geplaatst. Het zijn dan natuurgetrouwe rozen, of in ieder geval direct herkenbaar als tudorroos. Niet heel veel later ontstaat een minder elegante versie op de zijkanten van de pijpenkop, waarbij er eenvoudigweg vijf of zes stippen worden gezet rond een middenstip. Zo ontstaat een eenvoudige bloem. Deze bloem wordt in de eerste helft van de 17e eeuw nog wel eens gekroond, of bijgestaan door een lelie, maar al snel blijft alleen de stippenvorm over. De positie is dan ondertussen ook veranderd van subtiel tegen de hiel of tegen de steel aan naar midden op de zijkanten van de pijpenkop.

Deze uitvoering wordt in de jaren die volgen in vele variaties gebruikt, tot over de grens met de 19e eeuw. Het aantal stippen varieert, soms staan er streepjes tussen, kelkbladeren uitbeeldend. De stippen zelf worden soms sterretjes of ze vergezellen een zijmerk. Het hele idee van een bloemvorm blijft bestaan, maar is verder wel helemaal uitgehold. De meest eenvoudige pijpen krijgen een stippenroos mee op de zijkanten, om ze nét dat tikkeltje interessanter te maken.

 

Tudorrozen, of stippenrozen, zijn zo algemeen dat je bijna zou vergeten op ze te letten. Het is een versiering geworden die bijna geen versiering meer is, zoals de raderingsrand boven aan pijpenkoppen. Ze hebben geen functie, maar zijn zuiver een eenvoudig decoratief element. De vorm en de uitwerking ervan zegt soms nog wel iets over de pijpenmaker en de kijk op zijn productlijn.