Omdat gietpijpen werden gegoten in grote gipsen mallen liet de techniek weinig ruimte voor details. Een gietpijp met een gegraveerde decoratie bestaat niet. Het onderscheid tussen de gegoten pijpen moest gemaakt worden met een verschil van model. Er zijn daarom aardig wat verschillende modellen gietpijp bekend en zolang ze niet een transfer of een beschildering hebben die de vorm overstijgt, staan ze op deze pagina.
Bovenstaand miniatuur gietpijpje is van de kleinste soort en bestaat uit één stuk. De steel is halverwege zwart gelakt. De kop is maar 12 mm hoog en de steel heeft een lengte van 55 mm. De productieperiode schat ik in op 1920-1940.
Complete gietpijp met gegoten steel uit de periode 1920-1940. De pijp is gegoten met vloeibare pijpenklei in een gipsen mal. Na het bakken is de pijp geglazuurd en opnieuw gebakken. Bij deze pijp is onder de glazuurlaag geen transfer (ook geen witte 'onzichtbare') of schildering aangebracht.
Twee ovaalvormige gietpijpen die in hun vorm lijken op de klassieke Gouwenaar. De pijpen hebben geen hiel, maar een spoor met knop en de steel is kort, maar lang genoeg voor de bevestiging van een stuk steel van ander materiaal. Met dit concept raakt de gietpijp het meest bekend, want is is eenvoudig te produceren en de steel van een ander materiaal is een verademing vergeleken bij de harde stelen van klei. De twee pijpen die hier zijn afgebeeld hebben hetzelfde model, maar verschillen in grootte. Zo is de eerste pijp nog een bescheiden 43 mm hoog, de tweede is al een flinke 65 mm. Vaak hebben deze pijpen een verborgen plaatje in de vorm van een witte transfer, maar als de pijpen niet of nauwelijks zijn gerookt is dat niet terug te zien.
