Vrede van Aken, zeszijdige pijpenkop


Achtergrondinformatie over de vrede van Aken

De Vrede van Aken, ook wel de vrede van Aix-la-Chapelle, beƫindigde de Oostenrijkse Successieoorlog en werd getekend door een bijeengekomen congres in de rijksstad Aken in het Heilige Roomse Rijk. Het resulterende verdrag werd getekend op 18 oktober 1748. Groot-Brittanniƫ en Frankrijk bepaalden de voorwaarden van dit verdrag, die overeengekomen waren bij het Congres van Breda, en andere naties accepteerden ze. Deze landen waren:

- Frankrijk

- Engeland

- Oostenrijk

- Pruisen

- Spanje

- Nederland

Ik noem deze landen omdat ze genoemd worden op de tekstlinten van de aan de vrede van Aken gewijde pijpenkoppen.




Ovaalvormige pijpenkoppen uit de periode 1748-1753. Rond de kop is een verdeling gemaakt in zes vlakken, aan de onderzijden ovaalvormig aflopend en onder de scheiding van de vlakken een grote parel.

Voorstelling: op de zijden twee vlakken waarin per vlak twee wapenschilden staan. Deze zijn gekroond met bladerkronen. Van de roker af staan twee portretten van koningen in een ovaal tegen elkaar aan. De ovalen zijn gekroond met bladerkronen en aan de onderzijden lopen tekstlinten. Op het linkerlint staat: 'K V ENGE', op het rechterlint staat: 'K V PRUYSE'. Naar de roker toe staan twee portretten in een ovaal tegen elkaar aan. De ovalen zijn gekroond met bladerkronen en aan de onderzijden lopen tekstlinten. Op het linkerlint staat: 'KEYSER', op het rechterlint staat: 'KYSERIN'.

De hoofdpersonen staan naar de roker toe, dit zijn keizer Frans en keizerin Maria Theresia, die regeerden over Oostenrijk en het Heilige Roomse Rijk. Zij staan bij elke uitvoering van deze pijpen centraal, terwijl aan de andere zijde vertegenwoordigers van verschillende landen voorkomen. In dit geval zijn dat Engeland en Pruisen. Hun wapenschilden zijn onder die van Frans en Maria Theresia geplaatst. Op de linkerzijde van de hiel staat het wapen van Gouda, op de hiel is het merk P gekroond geplaatst. Dit merk werd tussen 1731 en 1760 gebruikt door Anthonie Soufree (Lit. 2).