Goudse lobben, standaard uitvoering


De standaard Goudse lobbenpijp bestaat uit een een hoog aantal lobben, door hun hoeveelheid lang en dun naast elkaar, die vanaf de steel naar de helft van de pijpenkop lopen. Boven de lobben is naar de roker toe een stempelmerk geplaatst. De bovenste helft van de pijpenkop is geglaasd. De lobben liepen nog een stuk door op de steel, als strepen, en werden door een versieringsband afgesloten. Deze pijpen zijn meestal rondbodems en vanaf 1730 zijn ze gemaakt tot in de 20e eeuw.


Goudse kleipijp met kenmerken zoals hierboven beschreven. Het is een rondbodem pijp uit de periode 1750-1775, naar de roker toe gemerkt met 222. De bovenste helft van de pijpenkop is zoals een normale ovaalvormige pijpenkop, geglaasd en langs de bovenrand geradeerd met een nette en volledige radering. De onderste helft bestaat uit veertien bijna sluitende lobben, die zich als lijn voortzetten op de steel, totdat na een paar centimeter een begrenzing volgt van een decoratief patroon.



Een aantal verschillende Goudse lobbenpijpen met het merk 222.


Goudse rondbodem pijp uit de periode 1775-1800, naar de roker toe gemerkt met 48 gekroond. De bovenste helft van de pijpenkop is zoals een normale ovaalvormige pijpenkop, geglaasd en langs de bovenrand geradeerd met een nette en volledige radering. De onderste helft bestaat uit veertien bijna sluitende lobben, die zich als lijn voortzetten op de steel, totdat na een paar centimeter een begrenzing volgt van een decoratief patroon. Dit model is midden 19e eeuw opnieuw uit de kast gehaald en als sterk op dit model lijkende uitvoering gemaakt. Het steelfragment komt van dezelfde vondstlocatie en geeft informatie over het verloop van de decoratie op de steel. De band die de lobben afsluit wordt gevolgd door een kort gedeelte met diagonale lijnen die een ruitpatroon vormen. In het centrum van deze ruiten staat steeds een stip (vaak is dit ook een cirkeltje in plaats van een stip). De decoratie wordt afgesloten met een tweede band en gevolgd door een band losstaande bloemen of bladeren. Dan volgt het woord GOUDA verticaal op de steel en weer een identieke band bloemen. de rest van de steel is onbehandeld.



Een serie Goudse pijpenkoppen met het merk 48 gekroond.



Goudse pijpenkop met het merk 17 gekroond. De decoratie wijkt af omdat er contourlijnen om de lobben lopen en het merk niet boven - , maar op de lobben is gezet.



Fragment van een gelobde Goudse rondbodempijp met het merk leeuw in de Hollandse tuin. Aan de binnenkant van de ketel is te zien dat het zetten van het stempel de wand van de pijpenkop enigszins naar binnen heeft gedrukt, dit is vaker zichtbaar op pijpenkoppen met een merk op de ketelwand.



Goudse pijpenkop met het merk scheepje. Deze pijp wijkt in meer opzichten af. De belangrijkste is dat hij niet in de 18e eeuw is gemaakt, maar de in de 19e.  De steelhoek ten opzichte van de kop is wat kleiner dan bij de oudere modellen. De lobben zijn wat dikker, het zijn er nog maar twaalf naast elkaar en de bovenzijde van de lobben is puntig. In afwerking lijkt de pijp afkomstig uit de eerste helft van de 19e eeuw en daarmee is de afwijkende vorm behoorlijk vroeg ten opzichte van de latere 'afwijkende' lobbenpijpen.



Rondbodem pijpenkop uit de periode 1735-1740. Op de onderste helft van de kop staan 14 lobben, die doorlopen op de steelaanzet. Naar de roker toe staat het merk DR monogram.



Goudse pijpenkop met het merk BS.


Uitzonderingen


Deze pijpenkop is waarschijnlijk in het buitenland gemaakt. De afwerking is goed en daarom heb ik hem opgenomen bij deze standaard Goudse lobbenpijpen. De vormgeving is wel anders dan die van de Goudse producten. Zo is de kop relatief hoog en loopt de bovenrand van de lobben diagonaal, gelijk aan de steelhoek. Aan de voorzijde zit een extra lob of bult, die er wat onhandig uitziet. Alsof het tijdens het maken van deze specifieke pijp is misgegaan. Op de kop is geen stempel gezet, wat bijzonder is omdat de kop wel een hoge afwerking heeft meegekregen.



Rondbodem Goudse pijpenkop uit de periode 1730-1735. De pijp is in de bodem verzeept, maar het merk op de bodem van de pijp is nog leesbaar. IVS is periodiek gezet en in combinatie met de vorm van deze pijpenkop tussen 1726 en 1735. De pijp is hiermee een vroege lobbenpijp die, in plaats van de latere vormgeving met veertien lobben rond het midden van de pijpenkop, maar acht lobben heeft die daarmee veel dikker zijn. De vorm van deze lobben lijkt hierdoor op die van de pijpenkoppen met lobben die tot de bovenkant lopen. Omdat de pijp nog trechtervormig is als basisvorm loopt de ketelopening schuin. De bovenlijn van de lobben loopt met deze vorm mee.